Help, mijn logo is te bleek… 6 praktische tips voor het werken met grafische tools

by Marc Mombaerts

Lelijke vlekken op pagina’s, wel érg rode tomaten of een foto van Facebook die gedrukt amper herkenbaar is… Een goed eindresultaat vraagt de nodige kennis, zowel over grafische tools als over het productieproces. Met deze 6 tips heb je alvast de basis mee:

 

1. Goede beelden: print vs. scherm

Een goede foto nemen begint met het juist instellen van je digitale camera. Zijn de beelden bedoeld voor het gebruik op een scherm (website, PowerPoint presentatie …)? Stel je camera dan in op 72 pixels per inch. Moeten de beelden gedrukt worden? Dan is 300 pixels per inch een absolute must.

 

2. Wil je quadri of Pantone-kleuren drukken?

Wil je een foto drukken dan is de beslissing snel gemaakt: quadri. Dit is de enige manier waarop een foto gedrukt kan worden. De foto wordt opgebouwd op basis van 4 kleuren: cyaan, magenta, geel en zwart. Dit is wereldwijd de manier waarop kleurenprinters werken.

Je kan ook drukken met Pantone- of PMS-kleuren. Niet geschikt voor foto’s, maar wel bruikbaar als steunkleur. Wil je een infoblad drukken in zwart en één extra kleur, dan kan je perfect drukken met zwart en één PMS-kleur. Goedkoper dan quadri, maar dus zonder kleurenfoto’s of veel kleurgebruik. Wanneer je meer dan één extra kleur wilt gebruiken, is quadri-drukken altijd de goedkopere optie.

 

3. Offset of digitaal drukken?

Wanneer het op drukken aankomt, kan je kiezen tussen twee verschillende druktechnieken: offset en digitaal. Die keuze wordt vooral bepaald door de oplage. Offset drukken heeft een hogere startkost en een lagere drukkost en is om die reden eerder aangewezen voor grotere oplages. Heb je slechts een kleine oplage nodig, kies dan voor digitaal drukken. Bij deze laatste techniek heb je bovendien de mogelijkheid om je drukwerk te personaliseren, iets wat niet mogelijk is bij offset door het gebruik van drukplaten.

 

4. Storende witranden bij het drukken vermijden

Kies je bij het drukken voor een aflopende bladspiegel, dan zal het beeld tot tegen de rand van het achteraf bijgesneden drukwerk komen. Om storende witte randen te voorkomen, laat je het beeld best groter drukken dan de bladspiegel. De strook die weggesneden wordt, noemen we de ‘valse snit’. Meestal gaat het om 3 tot 5 mm, maar vraag zeker altijd aan de drukker hoeveel valse snit je moet voorzien.

 

5. Droogtijd van de inkt

Is de droogtijd van de inkt te kort, dan loop je het risico dat de inkt na een tijdje afgaat. Maar zelfs als de inkt goed is uitgehard, kan die nog afslijten. Vooral op mat papier is de inkthechting minder goed. Hoe kan je dit voorkomen of verminderen?

  • Druk op glanzend papier
  • Vernis of lak je drukwerk
  • Gebruik de juiste inkt in functie van het te bedrukken materiaal
  • Gun het drukwerk voldoende tijd om te drogen, zeker als er nog nabewerking moet gebeuren (verzamelhechters, bindstraten …)

 

6. Samenwerken met drukkers: communicatie is key

Tot slot is een goede communicatie met de drukker onontbeerlijk. Om onaangename verrassingen te vermijden, maak je op voorhand best duidelijk afspraken m.b.t. opzegtermijnen, oplageverschillen, betaaltermijnen, enz.

 

Zin in meer?

Wil je je verder verdiepen in het werken met grafisch materiaal? Of wil je voortaan heldere afspraken kunnen maken met de drukker? Tijdens onze grafische opleidingen komen de verschillende aspecten van het grafische proces aan bod:

Of scherp je communicatievaardigheden aan tijdens eens van onze communicatieopleidingen.

 

Lees ook