Nieuw vennootschapsrecht maakt vennootschappen efficiënter en flexibeler

by Bieke Cauwenberghs
Nieuw vennootschapsrecht maakt vennootschappen efficiënter en flexibeler

Het doel van het vernieuwde vennootschapsrecht is volgens Prof. dr. Kristof Maresceau tweeledig: enerzijds de regels omtrent vennootschappen moderner, coherenter en efficiënter maken en anderzijds België op de kaart zetten als aantrekkelijke thuisbasis voor buitenlandse ondernemingen. Hierbij is de nieuwe besloten vennootschap (BV) instrumenteel. Eens zien of de wetgever daarin is geslaagd…

Meer flexibiliteit inzake uitkeringen en meer rechtszekerheid qua aandeelhoudersrechten

Opvallendst is de afschaffing van het maatschappelijk kapitaal in de besloten vennootschap. Dit creëert meer efficiëntie en flexibiliteit. Kristof Maresceau: “Vroeger werd er bij elke uitkering gerefereerd naar de eigen inbreng (kapitaal), terwijl dat slechts één onderdeel van het eigen vermogen is. Nu worden uitkeringen geënt op het – voor schuldeisers meer relevante – eigen vermogen. Een liquiditeitstest moet de garantie bieden dat de vennootschap na de uitkering over een periode van minstens twaalf maanden haar opeisbare schulden nog kan terugbetalen. Binnen de grenzen van die test, in combinatie met de gekende balanstest, kunnen uitkeringen – gedurende het ganse jaar – plaatsvinden, ook al worden hierdoor inbrengen aan de aandeelhouders terugbetaald. Dit vergt in principe geen statutenwijziging meer en triggert in elk geval geen verzetsrecht voor schuldeisers van de vennootschap”. De minimale eigen inbreng bij oprichting was sowieso erg arbitrair volgens Kristof Maresceau. “Voor sommigen te veel en voor anderen te weinig. Bijgevolg kunnen oprichters zelf bepalen hoeveel aanvangsvermogen hun BV nodig heeft, hetgeen zij moeten toetsen in een (versterkt) financieel plan”.

“De afschaffing van het maatschappelijk kapitaal biedt ook nog een ander voordeel. Terwijl er vroeger in de BVBA een strikte verhouding bestond tussen de inbreng en de aandelen, kunnen besloten vennootschappen nu meer gaan spelen met de aandeelhoudersrechten. Dat is interessant voor vermogensplanning bijvoorbeeld, maar ook voor private equity, gelet op het uitgebreid pallet aan keuzemogelijkheden dat hierdoor ontstaat. De afspraken over de aandeelhoudersrechten kunnen meer gebetonneerd in de statuten staan en dat schept een grotere mate van afdwingbaarheid.”

Meer vrijheid qua aandelenoverdracht

“Ook opvallend is dat de beperkte overdraagbaarheid van BV-aandelen van suppletief recht wordt. Men kan de BV besloten houden, maar men kan eveneens voorzien dat de BV-aandelen vrij overdraagbaar zijn en zelfs op een gereglementeerde markt kunnen noteren. Dit toont duidelijk aan dat de BV als de standaardvorm naar voren wordt geschoven. Dit is nuttig voor zowel kleine en/of besloten vennootschappen als voor grote vennootschappen met een wijdverspreid aandeelhouderschap. Gelet op die vrijheid tot modulering van de statuten, kan de aandelenoverdracht beter afgestemd worden op de noden van alle belanghebbenden. Merk overigens op dat die afspraken ook beter kunnen worden afgedwongen ten aanzien van derde partijen, door ze bekend te maken.”

Doordat aandelen niet meer strikt gelinkt zijn aan inbreng, kunnen vennootschappen meer spelen met de aandeelhoudersrechten
Kristof Maresceau

Verstrenging procedure belangenconflicten

Vroeger moest een belangenconflict alleen gemeld en genotuleerd worden en in het jaarverslag verschijnen, terwijl er nu ook een onthoudingsverplichting geldt bij belangenconflicten. “In situaties met een meerderheids- en een minderheidsaandeelhouder kan dat voor problemen zorgen. Want als de bestuurders voorgedragen door de meerderheidsaandeelhouder zich moeten onthouden, kunnen de vertegenwoordigers van de minderheidsaandeelhouder alleen beslissingen nemen.”

Voor- en nadelen

De voordelen van de nieuwe wetgeving zijn legio volgens Kristof Maresceau. “Zowel organisatorisch als qua aandeelhoudersafspraken kan er in besloten vennootschappen veel efficiënter gewerkt worden. Buiten de eerder genoemde verstrenging van de belangenconflictenprocedure, is nauwelijks sprake van nadelen. Alleen zie ik in de praktijk wat aarzeling bij bestuursorganen om de liquiditeitstest te concretiseren in een bijzonder verslag. Deze nieuwe verplichting is op zich een verstrenging van de bestaande regels, maar moet tegelijk ook genuanceerd worden. Want de test kan vaak vrij eenvoudig zijn en de vorm aannemen van een quick ratio: vlottende activa verminderd met de voorraden en de kortetermijnschulden. Het verslag kan zich op basis van die ratio beperken tot de vaststelling dat er voldoende liquiditeiten aanwezig zijn. Pas als het overschot klein is, is het relevant om een meer doorgedreven test te gaan doen. Zo dekte men zich in tegen eventuele aansprakelijkheid bij latere betalingsmoeilijkheden. In Nederland bestaat de liquiditeitstest al langer en daar ondervinden bestuursorganen er weinig problemen mee.”

Wachten tot 2020 of opt-in

Het nieuwe Koninklijk Besluit ter uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen wacht nog op het advies van de Raad van State. Op voorwaarde dat de Raad van State dit advies tijdig gefinaliseerd krijgt, treedt het WVV op 1 mei 2019 in werking voor vennootschappen die vanaf die datum worden opgericht. Bestaande vennootschappen hebben evenwel tot 1 januari 2020 de tijd om alle dwingende regels toe te passen. Kristof Maresceau: “Bestaande vennootschappen die sowieso op korte termijn een statutenwijziging gepland hadden of al sneller willen profiteren van de grotere flexibiliteit die het nieuwe vennootschapsrecht introduceert, kunnen al vroeger hun statuten in lijn brengen met de nieuwe wetgeving. Een notaris regelt deze zogenoemde opt-in.”

Zin in meer?

Leer alle mogelijkheden kennen van het nieuwe vennootschapsrecht tijdens Studiedag 1 en Studiedag 2. Ook is er een webinar beschikbaar over de ingrijpende wijzigingen van de vennootschapswetgeving. Schrijf je nu in!

Biografie

Kristof Maresceau is advocaat bij het kantoor Laga en professor aan de rechtenfaculteit van UGent. Hij is daarnaast lid van het Instituut Financieel Recht, stichtend lid en bestuurder van het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht en voorzitter van de deelredactie ‘Rechtspersonen’ van het Tijdschrift Estate Planning.

Lees ook