Hoe reageert de rechtspraak op het nieuwe insolventierecht?

by Bieke Cauwenberghs
Hoe reageert de rechtspraak op het nieuwe insolventierecht?

Het insolventierecht bepaalt hoe schuldeisers betaald worden wanneer hun debiteuren betalingsmoeilijkheden ondervinden. Het legt de procedures vast voor faillissement, gerechtelijke reorganisatie en collectieve schuldenregeling voor particulieren. Het zekerhedenrecht leunt aan bij het insolventierecht en regelt hoe bepaalde schuldeisers via een hypotheek of een pand voorrang van betaling kunnen krijgen.

Logischer, moderner en misbruikbestendiger

Het insolventierecht kreeg onlangs een update die het logischer en moderner maakte. “Logischer omdat de faillissementswet en de wet op de gerechtelijke reorganisatie samengevoegd zijn. Moderner omdat de wet nu bijvoorbeeld – onder impuls van Europa – voor natuurlijke personen voorziet in een vlottere bevrijding van restschulden. Daarnaast kunnen vrijeberoepers voortaan ook de bescherming van de wet genieten. Dat is een stap vooruit voor de personen in kwestie, maar ook voor de maatschappij.” Daarnaast is het insolventierecht her en der hervormd om misbruiken tegen te gaan. “Tot voor kort konden debiteuren een beslaglegging on hold zetten door op het laatste nippertje een gerechtelijke reorganisatie aan te vragen, tot grote frustratie van schuldeisers. Dat is nu niet meer mogelijk.”

Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat de zogenaamde WCO 3 in strijd is met de rechten van werknemers. Afwachten wat daar de consequenties van zullen zijn
Roel Fransis

Gemiste kans

Hoewel de gemoderniseerde regelgeving volgens Roel Fransis over het algemeen zeer nuttig is, schetst hij toch ook een aantal onvolkomenheden en zelfs een grote gemiste kans. “De nieuwe definities van gewone en buitengewone schuldeiser creëren discriminatie in bepaalde gevallen. De voorwaarden waaronder een debiteur een beslaglegging alsnog kan schorsen, zijn onnodig complex.”

En het feit dat de zogenoemde pre-pack procedure helemaal niet is ingevoerd, vindt Francis fundamenteel een gemiste kans. “Er is veel behoefte aan zo’n regeling waarbij een bedrijf in moeilijkheden in alle luwte aan een reddingsplan kan werken en een overeenkomst kan onderhandelen voor de overdracht van activa en aandelen. Pas als dat akkoord er is, vraagt het bedrijf een gerechtelijke reorganisatie aan. In de huidige situatie is het nog altijd zo dat de aanvraag van een gerechtelijke reorganisatie meteen wereldkundig gemaakt wordt. Leveranciers en klanten houden dan hun handen af van het bedrijf waardoor het nog veel sneller bergaf gaat. Daarom wachten organisaties ook zo lang met het aanvragen van een gerechtelijke reorganisatie: in veel gevallen komt het neer op zelfmoord.”

Wat zegt de rechtspraak?

Na een wetswijziging is het altijd afwachten hoe de rechters de nieuwigheden zullen interpreteren. Intussen zijn de eerste uitspraken geveld. “Op de vraag of een zaakvoerder een ondernemer is – zijnde een persoon die op zelfstandige basis een activiteit uitoefent – lopen de gerechtelijke antwoorden uiteen, maar de meerderheid is geneigd ‘ja’ te zeggen. Wat betekent dat de zaakvoerder van een vennootschap in slechte papieren ook zelf een gerechtelijke reorganisatie kan aanvragen of failliet verklaard kan worden.”

Zeer belangrijk om volgen is wat de impact zal zijn van een recent arrest van het Europees Hof van Justitie. “Dat oordeelde dat de zogenaamde WCO 3 – een overdracht waarbij de overnemer niet al het personeel van het noodlijdende bedrijf moet overnemen – in strijd is met de rechten van werknemers. Benieuwd wat daar de consequenties van zullen zijn.”

Zin in meer?

Wil je ook de impact kennen van het vernieuwde insolventie- en zekerhedenrecht? Duik in de recentste rechtspraak tijdens onze Zomers Wetsdagen. Schrijf je nu in.

Biografie

Roel Fransis is als vennoot in de Banking and Finance Practice Group gespecialiseerd in het (internationaal) insolventierecht. Hij adviseert binnen- en buitenlandse cliënten en heeft uitgebreide ervaring met geschillenbehandeling in deze materies. Daarnaast is hij als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Handels- en Insolventierecht van de KU Leuven.

Lees ook