Hervorming vennootschapsrecht – een gesprek met de experts: Brecht Lambrecht

by Kluwer Learning Team

Naar aanleiding van de op til zijnde hervorming van het vennootschapsrecht spraken we met enkele experts over hun ervaringen en bevinden. Wat is er goed aan de hervorming en wat kan nog beter? In een tweede gesprek laten we meester Brecht Lambrecht, aan het woord.

Brecht Lambrecht omschrijft zich zelf als een “overduidelijke praktizijn”. Vanuit zijn ruime ervaring als ondernemingsadvocaat, is hij een regelmatige spreker op seminaries en gastcolleges.

Met hem spraken we over de recente tendensen in het vennootschapsrecht.

In uw uiteenzettingen rond vennootschapsrecht vertrekt u vaak van recente knelpunten of evoluties. Welke punten springen daar voor u uit?

Ik maak graag een combinatie van onderwerpen die enerzijds veel in de praktijk voor komen, maar anderzijds ook aanleiding geven tot discussie tussen praktijkjuristen. Sommige topics zijn dan weer interessant omdat het rechtsfiguren of onderwerpen zijn die oplossingen kunnen bieden voor praktische problemen.

Mijn uitgangspunt is daarbij telkens: het bespreken van veel voorkomende praktische onderwerpen. Maar het blijft altijd een selectie.

Beoefenaars van het ondernemingsrecht zullen meteen een en ander herkennen me dunkt:

  • Bevestiging/bekrachtiging/regularisatie van vennootschapsbesluiten (algemene vergadering)
  • Bestuursorgaan: wanneer en hoe en in hoeverre aan te wenden?
  • Belangenconflictprocedure: overzicht en evoluties.
  • Bewijskracht en bewijswaarde notulen + enkele aandachtspunten inzake notuleren
  • Actualia buitengerechtelijke en gerechtelijke actiemiddelen van aandeelhouders/bestuurders.
  • Geschillenbeslechting tussen aandeelhouders (vorderingen tot uittreding en uitsluiting): evoluties en stand van zaken.
  • En als uitsmijter: opnieuw brandend actueel: de (in)correcte vermelding van hoedanigheid om als zaakvoerder/bestuurder op te treden en haar gevolgen.

Minister Geens kondigde een grondige wijziging van het vennootschapsrecht aan: waar kijkt u in deze plannen het meest naar uit? Wat is uw algemene visie op deze geplande hervorming?

Naar meer consistentie. Ik juich een modernisering toe, als ze ook praktisch gedragen wordt.

Onze rechtstakken worden dermate complex en uitgebreid dat deze toetssteen steeds belangrijker wordt mijn inziens. Een modernisering getuigt er ook van dat een wetboek kan verbeteren en mee kan gaan met haar tijd. De commissie voor de modernisering heeft een ambitieus en gewaagd programma voor de boeg. Ze verdient alle steun voor haar werkzaamheden. Niet alleen juridisch-technisch, maar ook vanuit politieke hoek.

De updates van het wetboek kan vanuit veel criteria bekeken worden.

Vooral belangrijk voor het huidige, actuele vennootschapsrecht lijken mij

  • het beschermen van de uitvoerbaarheid van nieuwe of aangepaste regelen in de praktijk,
  • het toezicht op de correcte toepassing ervan en het verschaffen van voldoende middelen daarvoor (via arbitrage, de rechterlijke macht, alternatieve geschillenbeslechting,…) en
  • de rechtszekerheid en “decomplicatie” voor de praktizijns en schikkingsbereide partijen en raadslieden.

Om dit te realiseren is enerzijds voldoende opleiding nodig (met voldoende middelen binnen het onderwijs). Maar anderzijds ook een voldoende aantal magistraten die deze tak diepgaand (kunnen) beoefenen, naast het bredere ondernemingsrecht en haar interferenties met het vennootschapsrecht.

Het vennootschapsrecht dreigt ten onder te gaan aan complexiteit en overnuancering.

Brecht Lambrecht

Daarnaast moet er bijstand worden voorzien door ondersteunende griffiers en referendarissen voor wat de rechterlijke macht betreft, maar er zou ook opnieuw een (praktijkgerichte) vorming aan de universiteit voor bedrijfsjuristen voorhanden moeten zijn. Dat zou de kennis, ervaring, doorlooptijd (of vermijden) van procedures, …  ten goede komen binnen het vennootschapsrecht, maar ook in nauw aansluitende takken, zoals faillissementsrecht, WCO, verenigingsrecht, boekhoudrecht, fiscaal recht, …  waarin uitermate veel kennis, ervaring en vaardigheden nodig zijn om deze te gedegen te kunnen beoefenen. Procedures zouden ook op meer rechtszekere en snellere wijze moeten kunnen verlopen.

Het vennootschapsrecht dreigt ten onder te gaan aan complexiteit en overnuancering.

Wat mij problematisch lijkt voor de praktijk, is dat je al hyperspecialist moet zijn om een vakgebied te beoefenen, waarbij je steeds het risico blijft lopen op vergetelheden of het overzien van (nog maar een) nuance.

Daarnaast mag je niet vergeten dat bij de praktijk van het vennootschapsrecht we dikwijls te maken hebben met vele andere rechtstakken die naast of bovenop het vennootschapsrecht moeten toegepast worden of met interferentie van uit die andere takken. Denk daarbij aan het fiscaal recht, arbeidsrecht, sociale zekerheidsrecht, beslagrecht, insolventierecht, …..

Vennootschapsrecht wordt iedere dag veelvuldig, intensief en breed toegepast. Te veel nuance en uitzonderingen en te grote complexiteit knagen aan de rechtszekerheid en oriëntatie voor diegenen voor wie ze uiteindelijk bedoeld zijn: de rechtsonderhorigen. Hoewel nuances en uitzonderingen soms zorgen voor meer billijkheid, maken ze het moeilijker voor deelnemers van het ondernemingsleven om hun houdingen en beslissingen af te stemmen op regels die te complex of te genuanceerd worden. Denk hierbij aan zaakvoerders, bestuurders, leden comités raden van bestuur, eenmanszaken, de stichter-selfmade man, volmachthouders, kaderleden, etc….

Een afweging blijft natuurlijk nodig.

Welke aanpassing/wijziging uit deze geplande wijziging van het vennootschapsrecht wil u het liefst toch nog wat bijgestuurd zien?

Ik wil vooreerst aanbevelen om de regels rond bestuurdersaansprakelijkheidsprocedures sneller en eenvoudiger te maken qua grondslagen, waarbij ernstig wordt nagedacht over het bestaande arsenaal dat aan sommige bevoorrechte schuldeisers wordt gegeven en sommige wettelijke vermoedens.

Soms zijn ze terecht aanwendbaar, soms is er helemaal geen kwaad opzet mee gemoeid, maar kunnen de gevolgen onbillijk drastisch zijn (qua duurtijd, qua gevolgen, …). In sommige situaties beschikken mijn inziens schuldeisers enerzijds over onevenredig grote middelen, vooral door wettelijke vermoedens die moeilijk weerlegbaar zijn, terwijl anderzijds in andere situaties malafide ondernemers slechts na bijzonder lange en moeilijke procedures te “grijpen” zijn door stakeholders.

In tweede orde zou de geschillenbeslechtingsprocedure best op beperkte en limitatieve wijze worden uitgebreid voor wat de bevoegdheid van de voorzitter betreft. Hier is het wel zaak om deze succesvolle procedure te kunnen bewaren wat doelmatigheid en snelheid betreft. Terwijl anderzijds ook qua billijkheid twee of drie van de meest voorkomende randproblemen (bv. rekeningen-courant, intellectuele eigendomsrechten,…) niet kunnen behandeld worden op heden in zulke procedures en waarbij het zinvol zou kunnen zijn deze mee te betrekken.

Over ‘vennootschapsgeschillen’ en de procedures voor geschillenbeslechting, spreekt mr. Lambrecht overigens binnenkort op de opleiding: ‘Vennootschapsgeschillen’ met focus op de buitengerechtelijke en gerechtelijke actiemiddelen van aandeelhouders. Seminarie dat zal doorgaan op donderdagnamiddag 16 maart 2017 van 13.30 u. tot 17.00 u. in de Faculty Club in Leuven.

 Wie is Brecht Lambrecht?

Na zijn rechtenopleiding aan de Universiteit Gent (met opties in het ondernemingsrecht) volgde hij een Manama in Businessplanning (soort master in management) aan de Vlekho Business School en behaalde hij een aggregaat lerarenopleiding in de rechten.

Brecht is reeds een 15-tal jaren “ondernemingsadvocaat” en combineert daarbij praktijkervaring binnen het (bredere) ondernemingsrecht met het juridisch-technische. Sinds 2012 is hij verbonden aan het advocatenkantoor Storme Leroy Van Parys te Gent, waar hij in 2015 vennoot werd.

Daarnaast is hij sinds 2012 praktijkassistent aan de Universiteit Gent (vakgroep economisch recht), werkt hij mee aan diverse publicaties, becommentarieert hij vonnissen en arresten en verzorgt hij seminaries.

Zijn bredere specialisatie beslaat contractenrecht en ondernemingsrecht, met als speerpuntexpertises: vennootschapsrecht, handelsdistributierecht en het recht van (handels)tussenpersonen (agentuur, concessie, makelaardij, distributie, …).

Zin in meer? Brecht Lambrecht doceert de studienamiddag 'Vennootschapsgeschillen. Overzicht van de actiemiddelen en de rechten van aandeelhouders, zowel buitengerechtelijk als gerechtelijk' voor M&D Seminars.

Lees ook