Goederenrecht en burenhinder: what’s new?

by Bieke Cauwenberghs
Goederenrecht en burenhinder: what’s new?

Met ingang van 1 september 2021 wijzigt het Burgerlijk Wetboek, en dus ook het goederenrecht, grondig. Van welke aanpassingen moet je zeker op de hoogte zijn? En was die aanpassing wel nodig? Ghijsbrecht Degeest, voltijds assistent aan het Instituut voor Goederenrecht van de KU Leuven, geeft tekst en uitleg.

Het goederenrecht omvat alle regels met betrekking tot het gebruik van goederen, zowel roerende als onroerende. Het gaat bijvoorbeeld over het eigendomsrecht, maar ook om vruchtgebruik, erfrecht, recht van opstal, erfdienstbaarheden… en alle beperkingen die daarmee verband houden. Op die manier is er ook een duidelijke link met burenhinder.

Ongewijzigd sinds 1804

“Het Burgerlijk Wetboek en de bepalingen inzake goederenrecht dateren al van 1804. Sindsdien is er nauwelijks iets aan veranderd, tenzij voor het appartementsrecht (in 2018) en de opstalwet (in 2014)”, stelt Ghijsbrecht Degeest. “De aanpassingen waren dan ook absoluut noodzakelijk, omdat de huidige maatschappij helemaal anders in elkaar zit dan meer dan 200 jaar geleden, toen er nog vooral een agrarische context heerste.”

Met het nieuwe goederenrecht streeft de wetgever meer rechtszekerheid én meer flexibiliteit na.
Ghijsbrecht Degeest

Eeuwigdurend opstalrecht

Een belangrijke nieuwigheid is de invoering van het concept van volume-eigendom met een eeuwigdurend opstalrecht. Wat houdt dit precies in? Ghijsbrecht Degeest: “Stel dat iemand een lap grond bezit. Je zet hier een gebouw op, dan is het logisch dat de grondeigenaar automatisch ook eigenaar is van dat gebouw. In de huidige wetgeving kan daarvan afgeweken worden via het recht van opstal. Maar dat is per definitie beperkt tot 50 jaar. De nieuwe wetgeving voorziet niet enkel in een verlenging van de standaardtermijn voor het recht van opstal tot 99 jaar, maar ook in een eeuwigdurend opstalrecht bij volume-eigendom.

Ik geef een voorbeeld. Je plaatst een gebouw op een stuk grond met drie bouwlagen: de kelder doet dienst als parkeergarage, het gelijkvloers als handelszaak en de eerste verdieping als woongelegenheid. Met de nieuwe wetgeving is het perfect mogelijk om het eigendomsrecht van de verschillende verdiepingen op te splitsen, zonder dat dit in tijd beperkt wordt. Dat is een grote stap voorwaarts. Het geeft ook perfect het streven weer van de wetgever om meer flexibiliteit mogelijk te maken, maar tegelijkertijd ook voldoende rechtszekerheid te bieden. De wetgever geeft ook aan dat alle regels van aanvullend recht zijn, tenzij het gaat om de bepalingen in de definities of wanneer de wet uitdrukkelijk bepaalt dat ergens niet van afgeweken mag worden. Ik dank dan ook dat veel discussies die vandaag leven, in de toekomst vermeden zullen worden.”

Burenhinder: preventief optreden

Burenhinder is een topic die ook verband houdt met het goederenrecht. “In de huidige wetgeving zijn geen bepalingen opgenomen over burenhinder. In het nieuwe goederenrecht gebeurt dit wel onder de titel ‘burenrelaties’. Concreet worden de meeste principes uit de rechtspraak hiermee verankerd in de wetgeving. Een belangrijke nieuwigheid is dat het onder bepaalde voorwaarden mogelijk wordt om preventieve acties te ondernemen. Tot nu toe was anticiperen op burenhinder onmogelijk: je moest wachten tot je buur een daad gesteld had en jij daarvan nadeel ondervond. Dan kon je naar de rechter stappen met de vraag om in te grijpen. Dat is binnenkort niet langer nodig: om problemen inzake veiligheid, gezondheid en vervuiling te vermijden, kan je preventief ingrijpen.”

Biografie

Ghijsbrecht Degeest is verbonden aan het Instituut voor Goederenrecht van de KU Leuven, waar hij als voltijds assistent een proefschrift over kwalificatie en herkwalificatie van gebruiksrechten voorbereidt.

Lees ook