Aanneming en lastgeving: oude maar belangrijke contracten in onze diensteneconomie

by Bieke Cauwenberghs

In onze groeiende diensteneconomie besteedt iedereen weleens een opdracht uit aan een ander. Maar hoe ziet een dergelijke verbintenis er juridisch uit? Wat zijn de addertjes onder het gras? We steken ons licht op bij prof. dr. Aloïs Van Oevelen die binnenkort zijn gloednieuw boek “Bijzondere Overeenkomsten: Aanneming van Werk – Lastgeving” voorstelt.

 

Zowel aanneming van werk in de ruime zin – materieel werk of intellectuele prestaties – als lastgeving hebben een dienstverlenende activiteit tot voorwerp. Het belangrijkste onderscheid? “Bij lastgeving heb je een opdracht om rechtshandelingen of contracten te sluiten. Bij aanneming gaat het enkel om materiële handelingen zonder meer”, vertelt professor Van Oevelen.

De regels lijken niet zo ingewikkeld, maar in de praktijk krijg je soms wel met moeilijke vragen te maken. Enkele voorbeelden:

  • Onderaanneming: wat is in de driepartijenverhouding de juridische relatie tussen een opdrachtgever en een onderaannemer die onderling geen contract sloten?
  • Wat mogen een advocaat of belastingconsulent bijvoorbeeld doen in naam van hun cliënt?
  • Wanneer en hoe kun je eenzijdig een dergelijke overeenkomst beëindigen?

 

15 oude wetsartikelen

Aanneming wordt geregeld door slechts 15 oude artikelen in ons Burgerlijk Wetboek. “Daar moeten we het mee doen. Dat is vaak onvoldoende om een oplossing te bieden voor de talrijke praktijkvragen. De rechtspraak is dan de oplossing. Onze rechtspraak vormde namelijk het huidige recht van aanneming van werk! Het zou goed zijn om die vrij stabiele situatie in de rechtspraak nu ook in het Burgerlijk Wetboek op te nemen.” Een gouden tip voor minister Geens…

Terloops geeft professor Van Oevelen nog drie wenken mee voor opdrachtgevers van werken:

  1. Besteed veel aandacht aan de opdrachtsbeschrijving: wat mag de aannemer doen? Wat moet hij doen? Wat mag hij niet doen? Denk daarbij ook aan de onderaanneming.
  2. Vergeet niet om je bij bouwwerken te informeren over de tienjarige aansprakelijkheid.
  3. Weet dat aannemers van materieel werk na de oplevering ook aansprakelijk blijven voor lichte verborgen gebreken, die de stabiliteit niet aantasten maar een normaal gebruik onmogelijk maken.

 

Juist is juist

“Je mag lastgeving niet verwarren met volmacht.”, waarschuwt Van Oevelen. “En het is cruciaal om de inhoud van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de lasthebber nauwkeurig te omschrijven. Ik ken genoeg rechtspraak die staaft dat de lastgever juridisch niet gebonden is door vooraf niet afgesproken rechtshandelingen van de lasthebber.”

Bij de lastgeving kan je niet om een princiepsarrest van het Hof van Cassatie heen. Op 20 juni 1988 aanvaardde het Hof de leer van het schijnmandaat als een toepassing van de vertrouwensleer: “Schijnlastgeving bindt de lastgever niet enkel als hij die schijn op foutieve wijze heeft gewekt, maar ook als men de lastgever geen enkele fout ten laste kan leggen. Dus ook als een derde er redelijkerwijs kon van uitgaan dat de lasthebber echt een mandaat had…”

 

Nieuwe verplichting

“Jammer genoeg haalde een recente wet het boek niet. Op 9 juni verscheen in het Belgisch Staatsblad een wet van 31 mei in het Belgisch Staatsblad die naast architecten ook de aannemers, bouwpromotoren, studiebureaus en aanverwante beroepsbeoefenaren verplicht om een toereikende aansprakelijkheidsverzekering te sluiten voor hun tienjarige aansprakelijkheid.”, aldus professor Van Oevelen. 

Prof. dr. Aloïs Van Oevelen, gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert algemeen verbintenissenrecht, bijzondere overeenkomsten en grondige studie verbintenissen- en overeenkomstenrecht. Hij is ook hoofdredacteur van het Rechtskundig Weekblad.

Lees ook