“Werknemers die zich minder verplaatsen moeten beloond worden”

by Egbert Lachaert

We verliezen elk jaar meer tijd in de file, maar blijven verknocht aan onze auto. Ook de bedrijfswagens blijven populair. Egbert Lachaert, Volksvertegenwoordiger in de Kamer, pleit voor het mobiliteitsbudget om mensen uit de auto te halen. “Het gaat niet alleen om nadenken over welk vervoersmiddel je gebruikt, maar ook over hoe je verplaatsingen kan uitsparen.”

“De OESO bekritiseerde ons land jaar na jaar voor het te aantrekkelijk maken van de bedrijfswagen door alle fiscale voordelen, waardoor we als het ware onze files zelf subsidiëren. De federale regering zette een belangrijke stap door in het regeerakkoord de invoering van een mobiliteitsbudget te voorzien. Dit moet in eerste instantie vooral werkgevers de mogelijkheid geven om onder meer ook andere vervoersmiddelen fiscaalvriendelijk aan te bieden.”

“Het ruimer kader waarbinnen het mobiliteitsbudget past, moet nog verder uitgewerkt worden. En dat is een cruciale stap om dit concept succesvol te maken. Uit wat moet het mobiliteitsbudget bestaan om draagvlak te hebben en kans op slagen te hebben? Volgende 4 punten zijn essentieel:

 

1. Het mobiliteitsbudget moet gedragssturend zijn

De bedoeling van een mobiliteitsbudget moet zijn dat werknemers gemotiveerd worden om bewuster te gaan nadenken over hun mobiliteitsgedrag. Dat gaat verder dan de keuze van het vervoersmiddel. Het gaat eveneens om het beperken van verplaatsingen in het algemeen. Ook een verplaatsing met het openbaar vervoer laat immers een ecologische voetafdruk achter. Het is van cruciaal belang dat een werknemer uiteindelijk financieel beloond kan worden als hij zich minder verplaatst of bijvoorbeeld beslist om dicht bij het werk te gaan wonen. Om die reden is een cashcomponent, aan een fiscaal zeer voordelig tarief, een must. Zo beloon je werknemers die bewust nadenken over hun mobiliteitsgedrag.

 

2. Het mobiliteitsbudget is een zaak van alle werknemers

De focus lijkt in eerste instantie te liggen op iedereen die vandaag met een bedrijfswagen rijdt. Dat is goed als eerste stap, maar het moet onmiddellijk gevolgd worden door een denkoefening over alle andere werknemers. Vele werknemers genieten een woon-werkvergoeding. Door van al die specifieke sectorale regels één basis mobiliteitsbudget te maken en dat grondig uit te bouwen, wordt het mobiliteitsbudget iets voor alle werknemers.

 

3. Geen slachtoffers maken

De oefening moet voor de overheid en de inkomsten van de sociale zekerheid budgetneutraal zijn. We mogen niet inbreken op bestaande contracten tussen werkgevers en werknemers en niemand mag een euro minder overhouden. Het invoeren van een mobiliteitsbudget moet altijd iets zijn dat gebeurt in consensus tussen een werkgever en werknemers. Het kan geen verplichting worden.

 

4. Vergroen het bedrijfswagenpark

De discussie over het mobiliteitsbudget biedt een uniek kader om als overheid met de automobielsector in overleg te gaan en een pact af te sluiten waarin in twee fases naar het einde van de brandstofwagen met schadelijke uitstoot gewerkt wordt. Indien een bedrijf nog verder bedrijfswagens wil aanbieden aan de gunstige voorwaarden van vandaag, moeten dat over afzienbare tijd groene wagens zijn. De markt is er klaar voor en als overheid kan je voor 10 jaar investeringszekerheid bieden aan de sector door een duidelijk kader aan te bieden.

Het uitwerken en onderbouwen van het mobiliteitsbudget biedt een unieke kans voor een hervorming die zowel voor de regering als de sociale partners vooruitstrevend is. Het is dan ook van cruciaal belang dat de omkadering en invulling ervan doordacht en onderbouwd gebeurt.

 

Zin in meer?

Meer informatie rond een modern loonbeleid krijg je tijdens het zesde congres Compensation & Benefits. Egbert Lachaert licht tijdens het congres de actualiteit toe rond de verloning in België toe.

 

Bron: www.egbertlachaert.be

Lees ook