Te hoge Belgische loonkosten: wat nu?

by Audrey Van den Bempt

De Belgische uurloonkosten behoren tot de hoogste in Europa. Zijn onze lonen te hoog? En wat kunnen we daaraan doen? 

Twintig jaar geleden organiseerden de KU Leuven en vacature.com het eerste Salariskompas, een salarisonderzoek bij 15.000 Vlaamse bedienden en ambtenaren. Daaruit bleek dat Vlaamse werknemers gemiddeld 2.500 euro bruto verdienden. Bij de nieuwste editie van datzelfde Salariskompas in 2018, was dat brutoloon gestegen naar 3.100 bruto, of 24 procent meer dan in 1998. Daarmee behoren de Belgische loonkosten samen met de Luxemburgse tot de hoogste in Europa: in België verdient men gemiddeld 39,2 euro per uur, terwijl het Europese uurloon gemiddeld op 25,40 euro strandt.

 

Loon vs arbeid

Als ons stijgende loon gelijke trend hield met onze arbeidsproductiviteit, was er geen vuiltje aan de lucht. Maar dat blijkt helemaal niet het geval. Tot 2004 waren de loonkosten en de productiviteit aan elkaar gewaagd, maar sindsdien liggen ze steeds verder uit elkaar. Tussen 2000 en 2016 steeg de gemiddelde uurloonkost in ons land 45 procent, terwijl de arbeidsproductiviteit amper 13 procent omhoog klom. De vraag die we onszelf hier dan ook bij moeten stellen, is: leven we tegenwoordig boven onze stand?

 

Jong vs oud

Een andere belangrijke kloof die de afgelopen twee decennia is ontstaan, is het steeds groter wordende loonverschil tussen jonge en oudere werknemers. Dit verschil is voornamelijk te wijten aan de baremieke systemen voor uitvoerende bedienden, die vaak verankerd zitten in de cao’s. In die systemen stijgt het salaris van een werknemer evenredig met zijn anciënniteit. Onderzoek van Hudson heeft aangetoond dat die werkwijze in België leidt tot een enorme loonspanning tussen oudere en jongere werknemers. Zo verdient een 55-jarige boekhouder tegenwoordig 64 procent meer dan zijn 25-jarige collega. Bij secretaresses klokt het loonverschil zelfs af op 75 procent. Uiteraard is er een verschil in ervaring, maar dat argument volstaat niet om die enorme kloof te verantwoorden. Bovendien rijden we ons met dit systeem en in deze tijden van vergrijzing binnen de kortste keren helemaal vast. Stel dat de gemiddelde leeftijd in een bedrijf vandaag op 40 jaar ligt. In de komende jaren zal dat gemiddelde dus naar 45 stijgen. Onder de huidige baremieke systemen zal die stijging zwaar doorwegen, veel meer dan een gestegen omzet of rentabiliteit kan opvangen. Maar bestaat er een houdbaar alternatief voor dit baremieke systeem?

 

Anciënniteit vs prestaties

Een van de mogelijke alternatieven, is een verloning op basis van prestaties in plaats van anciënniteit. Daarbij zou de leeftijd van de werknemer dus niets uitmaken. Dit valt echter niet makkelijk te verkopen aan oude werknemers, aan wie een laag startloon is opgedrongen met de belofte dat ze daar op latere leeftijd de vruchten van zouden plukken. Als we hun loon nu ook op latere leeftijd beperken, voelen zij zich uiteraard bekocht. Maar is het alternatief niet even erg? Wanneer een bedrijf moet saneren omdat ze de loonkosten niet meer aankan, zijn de te dure oudere werknemers immers de eerste die de laan uitvliegen.

 

Zin in meer?

Bent u ook op zoek naar antwoorden rond de ingewikkelde loonproblematiek? Noteer dan alvast dinsdag 25 september 2018 in uw agenda, want dan vindt de zevende editie van het Compensation & Benefits Congres plaats in Brussel. Eén dag lang hoort u inspirerende speakers aan het woord en ontdekt u boeiende sprekers en cases rond een competent loonbeleid.

Op zoek naar een basisopleiding comp&ben? Leer alle aspecten van een goede compensation and benefits aanpak. En ontdek de kennis en de vaardigheden die u nodig hebt om een strategisch loonbeleid op te zetten en te implementeren. Schrijf u dan in voor de Compensation and benefits: basisopleiding.

 

Lees ook